Een andere blik op: Chakra Systemen

Een andere blik op: Chakra Systemen

In de afgelopen honderd jaar is het concept van de chakra’s, of de subtiele energiecentra in het lichaam, het meest besproken onderwerp uit de yogatraditie bij westerlingen. Meer dan vrijwel elke andere lering uit de yogatraditie. Maar net als bij de meeste andere concepten die afkomstig zijn van bronnen in het Sanskriet, is het Westen (met een handvol geleerden) er niet bepaald in geslaagd grip te krijgen op wat het chakra-concept in zijn oorspronkelijke context betekende en hoe men met de chakra’s zou moeten werken. Dit artikel laat je kennis maken met zes fundamentele feiten over de chakra’s die (de meeste) moderne yogi’s niet kennen.

Voor het grootste deel begrijpt de Westerse yoga bijna niets over de chakra’s waarvan de oorspronkelijke traditie dacht dat die belangrijk voor hen was. Je ziet het bijvoorbeeld als je een boek leest zoals Anodea Judiths beroemde Wheels of Life. Het is belangrijk je te realiseren dat je geen werk leest dat gebaseerd is op de yogafilosofie, maar dat is geschreven vanuit het westerse occultisme en gebaseerd is op drie belangrijke bronnen: 1) eerdere Westerse werken dieterminologie vanuit het Sanskriet lenen en aanpassen zonder ze echt te begrijpen (zoals Theosophist CW Leadbeater’s The Chakras, 1927); 2) John Woodroffe’s gebrekkige vertaling uit 1918 van een Sanksriet tekst over de chakra’s uit 1577 (hier komen we later nog op terug); en 3) 20e-eeuwse boeken van Indiase yoga goeroes die meestal gebaseerd zijn op bronnen 1) en 2). Boeken over de chakra’s op basis van een goed begrip van de oorspronkelijke Sanskrietbronnen bestaan tot nu toe alleen in de academische wereld.

 

Wat voor mening je ook hebt, vanuit welke bron dan ook, het is echt als je zegt dat het dat is. Dit artikel vertelt alleen twee dingen. Namelijk dat wanneer moderne Westerse auteurs over de chakra’s impliceren dat ze oude leringen presenteren, ze je bedriegen – maar ze zijn zich hier echter niet van bewust omdat ze de geldigheid van hun eigen bronmateriaal niet kunnen beoordelen (aangezien ze geen Sanskriet kunnen lezen). En daarnaast, voor diegenen die het interessant vinden, om te laten zien wat yogische concepten in hun oorspronkelijke context betekenen. Alleen jij kunt beoordelen of dat voor jou van enig nut is. Niemand beweert dat de oudere kennis intrinsiek beter is. Er wordt niet gesuggereerd dat er geen spirituele waarde is voor het westerse occultisme.

  1. Er is niet één Chakra-systeem in de oorspronkelijke traditie, er zijn er velen.

Zo veel! De theorie van het subtiele lichaam en zijn energiecentra genaamd chakra’s (of padmas (lotussen), ādhāras, lakṣya’s (brandpunten), etc.) komt voort uit de traditie van Tantrik Yoga, die bloeide van 600-1300, en vandaag de dag nog steeds beoefend wordt. In volwassen Tantrik Yoga (na het jaar 900) gebruikte elk van de vele stromingen binnen deze traditie een ander chakra-systeem, en sommige stromingen gebruikten er zelfs meer dan één. Vijf chakra-systemen, zes-chakra-systemen, zeven, negen, tien, twaalf, eenentwintig en meer chakra’s worden onderwezen, afhankelijk van welke tekst en welke lijn je het bekijkt. Het zeven- (feitelijk, 6 + 1) chakra-systeem waar westerse yogi’s mee werken is slechts een van de vele, en werd rond de 15e eeuw dominant (zie punt 4 hieronder).

 

Wellicht denk je nu: “Maar welk chakra-ysteem is goed? Hoeveel chakra’s zijn er nou echt?” En dat brengt ons bij het eerste grote misverstand. De chakra’s zijn niet als organen in het fysieke lichaam; het zijn geen vaststaande feiten die we kunnen bestuderen zoals artsen neurale ganglia bestuderen (waarmee de chakra’s in de negentiende eeuw verward waren). Het energielichaam (sūkshma-sharīra) is een buitengewoon vloeiende realiteit, zoals we mogen verwachten van iets niet-fysieks en bovenzintuigelijks. Het energielichaam kan bestaan uit een willekeurig aantal energiecentra, afhankelijk van de persoon en de beoefening die wordt uitgevoerd.

 

Dat gezegd hebbende zijn er enkele centra die in alle systemen worden aangetroffen: specifiek in de lagere buik of het seksuele centrum, in het hart en in of bij de kruin van het hoofd,. Dit zijn de drie plaatsen in het lichaam waar mensen over de hele wereld zowel emotionele als spirituele verschijnselen ervaren . Maar afgezien van deze drie punten is er een enorme variëteit in de chakra-systemen die we in de oorspronkelijke literatuur aantreffen. De ene is niet meer ‘juist’ dan de andere, behalve in relatie tot een specifieke beoefening. Als je bijvoorbeeld een oefening met vijf elementen doet, gebruik je een vijf-chakra-systeem (zie punt 6 hieronder). Als je de energie van zes verschillende goden internaliseert, gebruik je een zes-chakra-systeem. Logisch, toch? Maar dit cruciale stukje informatie heeft de westerse yoga nog niet bereikt.

 

Interessant allemaal of niet? Wil je meer weten?

.2 De Chakra-Systemen zijn maatgevend en niet beschrijvend

Dit is misschien het belangrijkste punt. Bronnen hebben de neiging om het chakra-systeem als een feit te presenteren, met beschrijvende taal (zoals “de mūlādhāra chakra bevindt zich aan de basis van de wervelkolom en deze is rood” enzovoort). Maar in de meeste oorspronkelijke Sanskriet bronnen, worden er niet verteld over de manier waarop de dingen zijn maar krijgen we een specifieke yoga-boefening: we moeten (bijvoorbeeld) een subtiel object visualiseren gemaakt van gekleurd licht, in de vorm van een lotus of een draaiend wiel, op een specifiek punt in het lichaam, en vervolgens de zaadlettergrepen erin activeren, om een specifiek doel te bereiken. Als je dit begrijpt, is punt 1 hierboven logischer. De teksten zijn prescriptief – ze vertellen wat je moet doen om een ​​specifiek doel te bereiken met mystieke middelen. Wanneer iemand Sanskriet leest en de teksten letterlijk neemt, is het: ‘vierbladerige rode lotus aan de basis van het lichaam’. De yogi moet dan een lotus met vier bladeren visualiseren….

.3 De psychologische staat verbonden met de Chakra’s zijn volledig modern en westerlijk

Op talloze websites en in talloze boeken lezen we dat het mūlādhāra-chakra wordt geassocieerd met overleving en veiligheid, dat het maṇipūra-chakra wordt geassocieerd met wilskracht en zelfachting, enzovoort. De ontwikkelde yogi moet weten dat alle associaties van de chakra’s met psychologische toestanden een moderne westerse uitvinding zijn die ooit begon bij Carl Jung. Deze associaties kunnen natuurlijk door ervaring zijn ontstaan, maar ze zijn zeker niet terug te vinden in de oude Sanskriet bronnen.

 

Maar dat is niet alles. Bijna alle informatie in Anodea Judith’s Wheels of Life heeft geen basis in de Indiase bronnen. Elke chakra, vertelt Judith, is geassocieerd met een bepaalde lichamelijke klier, bepaalde lichamelijke storingen, bepaald voedsel, een bepaald metaal, een mineraal, een kruid, een planeet, een pad van yoga, een tarotkaart, een sfira van het Joodse mystiek en een aartsengel van het christendom! Geen van deze associaties is echter te vinden in de originele bronnen. Judith of haar leraren creëerden ze op basis van waargenomen overeenkomsten. Dat geldt ook voor de etherische oliën en kristallen die volgens andere boeken en websites overeenkomen met de chakra’s.

 

Dit wil niet zeggen dat het plaatsen van een bepaald soort kristal op je buik (bijvoorbeeld bij problemen met je zelfbeeld en je je voorstelt dat het kristal je maṇipūra chakra zuivert) je niet zal helpen om je beter te voelen.

.4 Het zeven Chakra Systeem dat vandaag populair is, komt niet van een oud geschrift, maar vanuit een scriptie van 1577

Het chakra-systeem dat westerse yogi’s volgen, kan worden herleid naar een Sanskriet-tekst geschreven door een man genaamd Pūrṇānanda Yati. Hij voltooide zijn tekst (de Ṣaṭ-chakra-nirūpaṇa of ‘Uitleg van de zes chakra’s’, dat onderdeel van een groter werk) in 1577 en deze tekst werd exact 100 jaar geleden in 1918 naar het Engels vertaald.

 

Er is een eenvoudigere versie van hetzelfde systeem met zeven chakra’s te vinden in een dertiende-eeuwse postscripturale tekst met de naam Śāradā-tilaka. Deze tekst erkent overigens dat er meerdere chakra-systemen zijn (zoals systemen van 12 of 16 chakra’s). We vinden ook een meer uitgebreide versie van hetzelfde systeem in de veertiende- of vijftiende-eeuwse Śiva-samhitā. Echter, de meeste yogi’s (zowel Indiërs als Westerlingen) kennen het zeven-chakra-systeem door middel van het zestiende-eeuwse werk van Pūrṇānanda. Of beter gezegd, door de enigszins onsamenhangende en verwarrende vertaling ervan door John Woodroffe in 1918. Toch is het waar genoeg om te zeggen dat dit systeem met zeven chakra’s de laatste vier of vijf eeuwen dominant is geweest. Maar het is ook waar dat het verwesterde zeven-chakra-systeem dat je kent, is gebaseerd op de interpretatie van occultisten van het begin van de twintigste eeuw van een gebrekkige vertaling van een niet-bijbelse bron. Dit maakt het in geen geval ongeldig, maar dient eerder om zijn overheersende invloed aan de kaak te stellen.

 

Merk op dat tantrisch boeddhisme (bijvoorbeeld uit Tibet) vaak oudere vormen behoudt, en werken met het vijf-chakra-systeem. Echter verschilt dit ook weer per stroming. Tibetaans Boeddhisme werkt onder andere met de vijf Dhyani Boeddha’s. Van basis naar kruin:

 

Secret Chakra
Groen van kleur
Zaadlettergreep HRI
Lotusbladeren: 16
Dhyani Boeddha: Amoghasiddhi
Symbool: Dubbele Vajra

 

Navel Chakra

Geel van kleur
Zaadlettergreep TRAM
Lotusbladeren: 32
Dhyani Boeddha: Ratnasambhava
Symbool: Juweel

 

Hart Chakra

Blauw van kleur
Zaadlettergreep HUNG
Lotusbladeren: 8
Dhyani Boeddha: Akshobya
Symbool: Vajra

 

Keel Chakra
Rood van kleur
Zaadlettergreep AH
Lotusbladeren: 16
Dhyani Boeddha: Amitabha
Symbool: Lotus

 

Kruin Chakra
Wit van kleur
Zaadlettergreep OM
Lotusbladeren: 32
Dhyani Boeddha: Vairochana
Symbool: Dharma-wiel

 

 

.5 Het hoofddoel van een chakra-systeem is om te functioneren als systeem voor Nyasa – Installatie van Zaadlettergrpeen en Deities. 

Wat de oorspronkelijke auteurs betrof, was het belangrijkste doel van elk chakra-systeem om te functioneren als een sjabloon voor nyāsa, wat de installatie van mantra’s en godheid-energieën op specifieke punten van het subtiele lichaam betekent. Dus hoewel miljoenen mensen vandaag gefascineerd zijn door de chakra’s, gebruikt bijna geen van die mensen ze voor hun werkelijke doel. Waar overigens niks mis mee is. Nogmaals, er wordt niet beweerd dat iemand het fout heeft, maar we informeren alleen de geïnteresseerden.

 

De meest opvallende kenmerken van de chakra-systemen in de oorspronkelijke bronnen zijn deze drie: 1) dat de mystieke geluiden van het Sanskriet-alfabet (zaadlettergrepen) zijn verdeeld over de ‘bloembladeren’ van alle chakra’s in het systeem, 2) dat elk chakra geassocieerd is met een specifiek element (Aarde, Water, Vuur, Wind en Ruimte) en 3) dat elk chakra geassocieerd is met een specifieke godheid. Dit komt omdat het chakra-systeem in de eerste plaats een sjabloon is voor nyāsa. In nyāsa (‘verlicht’, ‘plaatsen’), visualiseer je een specifieke zaadlettergreep op een specifieke locatie in een specifiek chakra in je energielichaam.

 

Het is duidelijk dat deze beoefening is ingebed in een cultureel-specifieke context waarin de klanken van het Sanskriet worden gezien als uniek krachtige vibraties die een effectief onderdeel kunnen vormen van een mystieke beoefening die spirituele bevrijding tot stand brengt. De meest bekende klank is dan ook: OMMMMMM. Het aanroepen van het beeld en de energie van een specifieke godheid in een specifiek chakra is ook cultureel specifiek, maar als westerse yogi’s gaan begrijpen waar die godheden voor staan, kan de beoefening potentieel ook voor hen zinvol zijn. Hoewel waarschijnlijk nooit zo zinvol als voor iemand die is opgegroeid met de godheden en/of initiaties heeft gehad om ermee te werken.

 

.6 De zaadlettergrepen waarvan jij denkt dat bij de Chakra’s horen, zijn daadwerkelijk de elementen die in de chakra’s worden geplaatst

Dit is eenvoudiger dan het klinkt. Er wordt vaak gezegd dat de zaadlettergrepen (bīja) van de mūlādhāra chakra LAM is. Nou, dat is het niet. Zo wordt het in ieder geval niet beschreven in de authentieke Sanskriet bronnen. En de mantra van svādhiṣṭhāna-chakra is geen VAM. Huh?

 

Het is simpel: LAM is de zaadlettergreep van het element Aarde, dat in de meeste chakra-beoefeningen wordt geplaatst in de mūlādhāra. BAM is de zaadlettergreep van het Water-element, dat wordt geplaatst in svādhiṣṭhāna (tenminste, in het zeven-chakra-systeem dat je kent). En zo verder: RAM is de lettergreep voor Vuur, YAM voor Wind en EY voor Ruimte.

 

Dus het belangrijkste punt is dat de zaadlettergrepen die in het westen geassocieerd worden met de eerste vijf chakra’s, eigenlijk niet tot die chakra’s behoren, maar eerder tot de vijf elementen die erin zijn geplaatst.

 

Dit is belangrijke informatie als je ooit één van die elementen op een andere plaats wilt plaatsen. Kan dat dan? Natuurlijk. Zo vinden we in verschillende Tantrische-lineages terug dat de elementen in verschillende chakra’s worden geplaatst. Zelfs binnen dezelfde Lineage kunnen de elementen wisselen bij verschillende beoefeningen. Bijvoorbeeld, de Saiddhāntika-lijn plaatst het aarde-element in het hartchakra. Wat denk je dat het effect kan zijn op je relaties door altijd het Wind-element in het hartcentrum te plaatsen? (Denk eraan, YAM is de mantra van Lucht / Wind, niet van het anāhata-chakra). Is het je nog nooit opgevallen dat moderne Amerikaanse yogi’s vaak onstabiele relaties hebben? Zou dat mogelijk verband kunnen houden met het herhaaldelijk aanroepen van Wind op het niveau van het hart? Misschien wil je ergens wat Aarde in het hart plaatsen, want aarding is goed voor je hart. In dat geval is het handig om te weten dat LAM de mantra van het element aarde is, niet de mūlādhāra-chakra-mantra.

 

Bovendien behoren de meeste geometrische figuren die geassocieerd worden met de chakra’s ook tot de elementen. Aarde wordt traditioneel voorgesteld door een (geel) vierkant, Water door een (zilverachtige) maansikkel, Vuur door een naar beneden wijzende (rode) driehoek, Wind door een hexagram of een zespuntige ster, en Ruimte door een cirkel. Dus als je die figuren ziet die zijn afgebeeld in illustraties van de chakra’s, weet je nu dat ze eigenlijk representaties zijn van die respectievelijke elementen, niet van een geometrie die inherent is aan het chakra zelf.

 

En dan het laatste punt: zelfs een Sanskriet bron kan verward zijn. In de zestiende-eeuwse tekst van Pūrṇānanda, die de basis is van het populaire moderne chakrasysteem, worden de vijf elementen bijvoorbeeld in de onderste vijf chakra’s van een zeven-chakra-systeem geïnstalleerd. Maar dit werkt niet echt, omdat in alle klassieke systemen het ruimte-element op de kruin van het hoofd wordt geplaatst, omdat de yogī daar een expansieve opening naar oneindige ruimtelijkheid ervaart. Ruimte is het element dat overgaat in het oneindige, dus het moet op of bij de kruin zijn.

 

Het elementen systeem uit het Tibetaans Boeddhisme is een voorbeeld hiervan: de Vijf grote Moeders.

 

Grote Ruimte Moeder
Dhatvishvari (Akash Devi ) (Tib. Ying Chukma) ook bekend als Vajra Datvishvari of White Tara, de consort van Vairochana, die de zuiverheid van de element Ruimte vertegenwoordigt
Zaadlettergreep – EH
Kleur: Blauw
Mandala – Blauwe cirkel Ruimte Mandala

 

Grote Aarde Moeder
Buddhalochana (Lochana) (Tib. Sangyé chenma) de consort van Akshobhya, die de zuiverheid van het element aarde vertegenwoordigt
Zaadlettergreep – LAM
Kleur: Geel
Mandala: Gele vierkant aarde Mandala

 

Grote Wind Moeder
Samayatara (Tib. Damtsik Drolma) ook bekend als Green Tara, de consort van Amoghasiddhi, die de zuiverheid van het element wind vertegenwoordigt
Zaadlettergreep – YAM
Kleur: Groen
Mandala: Semi Cirkel wind Mandala

 

Grote Water Moeder
Mamaki ( Tib. Mamaki) de consort van Ratnasambhava, die de zuiverheid van het element water vertegenwoordigt
Zaadlettergreep – BAM
Kleur: Wit
Mandala: Witte Cirkel Water Mandala

 

Grote Vuur Moeder
Pandaravasini (Tib. Gökarmo) de consort van Amitabha, die de zuiverheid van het element vuur vertegenwoordigt
Zaadlettergreep – RAM
Mandala: Rode Driehoek Vuur Mandala

 

Dhyani Boeddha en Consorten (De vijf Moeders)

Het hele onderwerp over chakra-systemen is zeer complex, zoals te zien is in de wetenschappelijke literatuur. Denk hierbij aan het werk van Dory Heilijgers-Seelen, of dat van Gudrun Bühnemann. Het kost soms geduld en focus om zelfs maar een dergelijk werk te lezen. Laat staan te doorgronden en begrijpen. Laat staan toe te passen.

 

Als het gaat om de chakra’s, beweer dan niet dat je alles weet. Vertel je clienten en vrienden dat elk boek over de chakra’s slechts één mogelijk model bevat. In plaats van te proberen een autoriteit te zijn op een of andere versimpelde versie van een chakra systeem, kun je jezelf en je geïnteresseerde vrienden uitnodigen om helderder, eerlijker, zorgvuldiger en zonder oordeel te kijken naar hun eigen innerlijke ervaring.

Post a Comment